We gebruiken op deze site cookies. Door op deze site te surfen aanvaardt u ons cookiebeleid.

Ok Meer weten

News

In het kort TC - 2.2018

29/06/2018

Gerichte controles: wie zijn de belastingschuldigen gekwalificeerd als « risico » ?

Naar jaarlijkse gewoonte publiceert de FOD Financiën op haar website een lijst met factoren die de aandacht van de belastingdienst trekken en het risico op een fiscale controle verhogen.

Wat particulieren betreft, zal de belastingdienst voornamelijk toekijken of u:

  • onderhoudsgelden in aftrek hebt genomen, vooral wanneer deze naar het buitenland betaald zijn;
  • als bedrijfsleider werkelijke beroepskosten hebt afgetrokken;
  • de professionele huurinkomsten, van een in België gelegen onroerend goed waar u de eigenaar van bent, correct hebt aangegeven;
  • uw belastingaangifte niet hebt ingediend, ondanks de herinnering die werd verstuurd.

Vennootschappen komen in het vizier van de belastingdienst indien:

  • de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van buitenlandse werknemers, die gedurende meer dan 183 dagen per jaar in België tewerk gesteld zijn, niet werd ingehouden;
  • de omzet abnormaal lijkt te zijn ten opzichte van andere vennootschappen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden, of wanneer de omzet abnormaal evolueert op basis van verschillende parameters die door de belastingdienst gehanteerd worden;
  • er een voorziening werd aangelegd voor vrijgestelde risico’s en kosten;
  • er wordt vastgesteld dat het aangegeven bedrag van overgedragen recupereerbare verliezen afwijkt;
  • de belastingaangifte niet werd ingediend, ondanks de verstuurde herinnering.

 

Btw en rekening-courant: nieuwe tarieven voor 2017

De nieuwe referentievoeten voor de berekening van de voordelen van alle aard werden vastgelegd door het Koninklijk Besluit van 26 januari 2018.

De intrestvoet voor voorschotten die aan een bedrijfsleider worden toegekend (via de debitering van de rekening-courant) werd voor 2017 vastgelegd op 8,78%. Ondanks dat dit percentage nog steeds overdreven is, merken we echter een lichte verbetering op ten opzichte van 2016, toen de intrestvoet 9,27% bedroeg.

Het afsluiten van een leningsovereenkomst op termijn blijft aan de orde om het VAA te verminderen. Voor reflectie vatbaar...

 

« Fairness Tax» : annulering van de belasting, ja, maar met of zonder terugwerkende kracht?

Onlangs heeft het Grondwettelijk Hof haar finale arrest geveld in het kader van de vordering tot nietigverklaring van de Fairness Tax. Het Hof besliste om het regime volledige te vernietigen, maar handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de aanslagjaren 2014-2018 (inkomsten 2013-2017).

Hierop wordt echter in een uitzondering voorzien voor “de belastingaanslagen waarbij de Fairness Tax werd geheven ten laste van de Belgische vennootschappen die binnen de werkingssfeer vallen van de moeder-dochterrichtlijn op de winst die zij hebben ontvangen van hun dochterondernemingen en die zij op hun beurt hebben uitgekeerd”.

Voor vennootschappen die deze belasting hebben betaald en die voldoen aan deze criteria, is een speciaal uitstel van 6 maanden ingevoerd, beginnend op 1 maart 2018, de datum van publicatie van het arrest.

We vestigen graag uw aandacht op het feit dat de regering al een wetsontwerp heeft goedgekeurd om de belasting volledig in te trekken.

 

Uitstel voor het indienen van de fiscale aangifte in de personenbelasting – aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017)

In een verklaring van 2 mei jl., zijn de termijnen voor het indienen van de aangifte in de personenbelasting uitgesteld als volgt:

  • De "papieren" aangifte moet aan de administratie toekomen ten laatste op 29 juni 2018 ;
  • De “elektronische” aangiftes via Tax-on-Web moeten uiterlijk op 12 juli 2018 worden ingediend;
  • Belastingschuldigen die een voorstel voor een vereenvoudigde aangifte ontvangen, moeten hun wijzigingen en of aanvullingen doorgeven tegen dezelfde data;
  • Mandatarissen hebben tot 25 oktober 2018 om de aangiftes van hun cliënten via Tax-On-Web in te dienen.

 

VAA woning — vervolg…

Overeenkomstig recente en vaststaande nationale rechtspraak kan het voordeel dat voortvloeit uit het ter beschikking stellen van een onroerend goed niet onderworpen zijn aan een verschillende waardering indien het voordeel wordt toegekend door een natuurlijke dan wel een rechtspersoon (1). Verschillende gedurfde belastingschuldigen hebben om die reden het bedrag van hun voordeel van alle aard verlaagd tot de waardering die het meest voordelig is voor hun situatie (2), met het risico dat deze positie betwist zou worden door de belastingautoriteiten.

Op 15 mei jl. maakte de belastingadministratie een einde aan deze onzekerheid door een circulaire te publiceren waarin haar standpunt wordt vermeld m.b.t. deze waardering, in afwachting van een wijziging van de regelgeving. Goed nieuws voor de Belgische belastingschuldigen: de administratie bevestigt dat ze de voordelige waardering van 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen zal accepteren !

Deze waardering zal ook worden aanvaard voor de ingediende bezwaarschriften in dit verband. Het zal daarentegen niet worden aanvaard voor schadevorderingen die worden ingediend na het verstrijken van de in artikel 371 CIR 92 gestelde termijnen.

Het is daarom essentieel om de aanslag te betwisten op basis van de oude waardering binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van ontvangst van het aanslagbiljet.

(1) Gent, 24.05.2016 en 20.02.2018 en Antwerpen, 24.01.2017. Zie ook onze nieuwsbrief van januari 2017.

(2) 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen in plaats van 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 3,8.

 

Moratoire interesten: de belastingschuldige tweemaal gestraft

De wet van 25 december op de hervorming van de vennootschapsbelasting heeft de nalatigheidsinterest verlaagd tot 4% en de moratoriuminterest verlaagd tot 2% (3). Dit verschil in tarieven, wat inhoudt dat de staat een interest verschuldigd is van 2% op zijn belastingschulden daar waar de belastingschuldige 4% interest verschuldigd is, is op zichzelf al discriminerend.

Maar terwijl tot nu toe de moratoriuminteresten automatisch begonnen te lopen (4), schrijft de wet voor dat deze interesten voortaan pas van start gaan wanneer de administratie " in gebreke is gesteld via een aanmaning of door een andere daarmee gelijkstaande akte". Volgens een administratieve circulaire kan deze ingebrekestelling gebeuren "onder de vorm van aanmaning bij gewone brief, van een bezwaarschrift in de zin van artikel 366 WIB of een dagvaarding”. Dezelfde circulaire vermeldt ook dat de ingebrekestelling slechts aan de administratie toegestuurd kan worden wanneer de termijn voor de terugbetaling verlopen is. Afgezien van het feit dat deze voorwaarde niet in de wet is opgenomen, volgt hieruit dat de moratoriuminteresten alleen verschuldigd zouden zijn in geval van een "laattijdige" terugbetaling van de belasting. Dit laatste komt slechts zeer zelden voor.

Er dient te worden vermeld dat een beroep tot nietigverklaring van deze nieuwe bepalingen werd ingesteld bij het Grondwettelijk Hof.

 

Cateringkosten — soms aftrekbaar voor 100%

In maart 2018 erkende de Minister van Financiën dat kosten van voedsel, dranken en catering die de belastingplichtige aanbiedt in het kader van evenementen gericht op promotie van producten of diensten, volledig aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting. Hiermee schaart de Minister zich achter de rechtspraak van het Hof van Cassatie m.b.t. btw.

De Minister is van oordeel dat in dergelijke gevallen het doel van de uitgaven in aanmerking moet worden genomen en niet de aard ervan. Een positie die de belastingadministratie voorheen steevast afwees. De gemaakte kosten komen daarom in aanmerking als advertentiekosten en niet als receptiekosten.

 

Mobiliteitsvergoeding of « cash for car »

De wet tot invoering van de mobiliteitsvergoeding, ook wel « cash for car » genoemd, werd op 7 mei gepubliceerd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018.

Het principe van deze wet houdt in dat werknemers die in het bezit zijn van een bedrijfswagen voortaan in staat zijn om deze in te wisselen tegen een maandelijkse vergoeding. Deze vergoeding geniet een gunstig fiscaal en sociaal regime.

Meer informatie over de « cash for car » op onze website.

(3) Zij waren tot 2017 vastgelegd op 7%.

(4) Vanaf de maand volgend op de maand waarin de belasting (die moet worden terugbetaald) aanvankelijk werd betaald.

 

Buitenlandse btw en btw-teruggave, het einde van een netto kost voor bedrijven

Wanneer Belgische bedrijven zich binnen Europa verplaatsen, zullen zij onvermijdelijk kosten hebben waarop een « lokaal » btw-regime van toepassing is. De btw van de betrokken lidstaat wordt zelden gerecupereerd en vormt dus vaak een extra kost voor deze ondernemingen.

Deze btw kan echter voor bepaalde kosten  wel gerecupereerd worden en dit middels een aanvraag van « VAT refund ». Dergelijke aanvraag dient ten laatste op 30 september van het jaar volgend op het jaar waarin de “lokale” btw van toepassing is, ingediend te worden. Dit betekent dus dat de ondernemingen hun aanvraag tot 30 september 2018 kunnen indienen voor de kosten die gemaakt werden gedurende het jaar 2017. De  minimumdrempel voor het indienen van deze aanvraag is 50 EUR per lidstaat.

De kosten waarop deze lokale btw vaak betrekking heeft, zijn hotel-, restaurant- en taxikosten evenals de inschrijving voor conferenties en de kosten voor het huren van een wagen.

Het btw departement van Tax Consult biedt sinds kort een dienst aan die bedrijven ondersteunt in het terugvorderen van hun btw. Ook hebben wij een praktische handleiding ontwikkeld die meer uitleg geeft over de te volgen procedure.

Hebt u een specifieke vraag over de btw met betrekking tot een in het buitenland gemaakte kost? Neem contact op met het btw departement van Tax Consult op 02.678.17.63 of lees het volledige artikel op onze website.

 

Btw en e-commerce, nieuwe regels bevestigd door Europa

Naar aanleiding van het advies van het Europese Parlement op  30 november 2017 is de hervorming van de e-commerce-regels recentelijk bevestigd tijdens de zitting van 5 december 2017 van de Raad van Economische en Financiële Zaken.

Vanaf 1 januari 2019 zullen de drempels (EUR 10 000 en EUR 100 000) voor grensoverschrijdende elektronische prestaties in werking treden om micro-ondernemingen en KMO’s bij te staan. In de praktijk betekent dit dat de oude regelgeving van toepassing blijft op vennootschappen die grensoverschrijdende verkopen doen ter waarde van meer dan EUR 100 000.

Op 1 januari 2021, zullen verscheidene maatregelen het daglicht zien :

  • Een nieuw mini-loket voor de online levering van goederen en voor grensoverschrijdende diensten voor eindgebruikers.
  • De regeling voor verkoop op afstand intra-EU en de vrijstelling bij invoer van kleine zendingen worden afgeschaft. 
  • Een nieuw uniek mini-loket voor bepaalde import.
  • Andere vereenvoudigde maatregelen wanneer het mini-loket nog niet wordt gebruikt.

Vandaag wordt de verkoop via e-commerce vooral geregeld via de btw regels die betrekking hebben op de afstandsverkopen. Deze regels, die momenteel niet correct toegepast worden, verdienen speciale aandacht vanwege mogelijke risico’s maar ook vanwege toekomstige controles gerelateerd aan de veranderingen in het stelsel. 

 

Btw en onroerende verhuur, een revolutie (eindelijk) in beweging

Op 30 maart 2018 heeft de Raad van Ministers eindelijk de hervorming bevestigd die de verhuur van bepaalde onroerende goederen aan BTW onderwerpt.

De verhuur van onroerende goederen is op dit moment nog vrijgesteld van btw in België. Vanaf 1 oktober 2018, krijgen verhuurders echter de mogelijkheid om hun onroerend goed-verhuur aan btw te onderwerpen, mits zij hiervoor opteren. De verhuurder en de huurder krijgen de mogelijkheid om gezamenlijk voor toepassing van de btw te kiezen op de huurprijs van professioneel gebruikte onroerende goederen (of een gedeelte hiervan). De huurder moet dit goed dus huren in het kader van zijn economische activiteit.

Bij gebruik van deze optie kan de eigenaar het totaal van de toegepaste btw terugvorderen op de bouwkosten.

Enkel gebouwen die vanaf 1 oktober 2018 worden gebouwd of zodanig gerenoveerd worden dat ze als nieuw beschouwd moeten worden, komen in aanmerking voor de optionele btw-heffing. Gebouwen die nu in aanbouw zijn of waarvoor specifieke kosten reeds gemaakt zijn vóór 1 oktober 2018, vallen buiten het toepassingsgebied.

De btw administratie is momenteel bezig met het opstellen van een richtlijn waarin dit nieuwe btw regime wordt beschreven.  Het btw departement van Tax Consult zal u berichten zodra deze nieuwe - lang verwachte - regeling in werking treedt...

 

Actualiteiten van Tax Consult

1. Tax Consult benoemd als vormingsoperator door IAB

De Raad van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB) heeft Tax Consult onlangs goedgekeurd als een vormingsoperator. Dit garandeert aan de professionals de kwaliteit en de ernst die als essentiële kenmerken van de seminaries van de Fiscale Club TC kunnen beschouwd worden.

2. Forum for Expatriate Management: Tax Consult aanwezig in Amsterdam

Onder leiding van Luc Lamy, Hoofd van Alliott's Global Mobility Services Group en Partner van het departement HR Tax & Internationale Mobiliteit van Tax Consult, sponsorde het Alliott Group-netwerk onlangs het Forum for Expat Management georganiseerd in Amsterdam. Dit forum was een gelegenheid voor Tax Consult en Alliott Group om hun expertise te delen met meer dan 250 professionals uit meer dan 15 landen.

3. Groep “Btw en indirecte belastingen” van Alliot Group: het btw departement van Tax Consult aan het hoofd van de Europese en wereldwijde indirecte fiscaliteit

Ter gelegenheid van de jaarlijkse conferentie van het Alliott Group netwerk werd, Mickael Tatayas, btw specialist in het departement btw van Tax Consult, benoemd tot Head of Alliott’s VAT & Indirect Tax Group. Deze groep brengt verschillende experten van het netwerk samen, zowel op Europees niveau als wereldwijd.

4. Douane en accijnzen, eerste officiële training in Franstalig België

De eerste Belgische opleiding betreffende Douane en Accijnzen gedoceerd aan de Universiteit van Luik gaat van start op het einde mei 2018. Het btw departement neemt deel aan de vorming, die officieel erkend is, om aspecten die nauw zijn verbonden aan deze belasting te beheersen en die noodzakelijk zijn bij grensoverschrijdende operaties.

5. Btw en het Midden-Oosten, Tax Consult versterkt zijn samenwerking met lokale correspondenten

Volgend op een nieuwe reis naar het Midden-Oosten zal Tax Consult, in samenwerking met zijn lokale correspondenten, een artikel publiceren met betrekking tot de btw-verplichtingen van toepassing in deze regio (omzetdrempel voor identificatie, btw-tarief, vrije zones). 

U vindt het artikel op onze website.